Eindtermen
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen
Kleuteronderwijs
- 6.10 De kleuters herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
- 6.11 Ze beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
- 6.12 Ze kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen (stoppen bij verkeerslichten, veilig oversteken, uitstappen aan de kant van de huizenrij, op de stoep blijven...)
Lager onderwijs
- 6.12 De leerlingen kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren en er zich veilig verplaatsen.
- 6.13 Ze beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor voetgangers en fietsers, om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
- 6.14 Ze tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers.
- 6.15 Ze kennen de belangrijkste gevolgen van het groeiend autogebruik en kunnen de voor- en nadelen van mogelijke alternatieven vergelijken.
- 6.16 Ze kunnen een eenvoudige route uitstippelen met het openbaar vervoer
Secundair onderwijs
Eerste graad:
Gezondheidseducatie, veiligheid en EHBO
- E 9 De leerlingen kennen de verkeersveiligheidsvoorschriften voor voetgangers, fietsers en passagiers en kunnen ze toepassen.
- E 8 Ze kunnen enkele veilige en onveilige situaties in hun eigen omgeving identificeren en voorbeelden geven van preventieve maatregelen.
- E 7 Ze zien in dat hun gedrag invloed heeft op de eigen veiligheid en op die van anderen
- E 10 Ze kunnen op een doeltreffende manier hulp inroepen in een noodsituatie en zelf eerste hulp bieden bij kleine wonden.
Tweede graad
Milieueducatie, verkeer en mobiliteit
- E 11 De leerlingen maken veilig gebruik van eigen en openbaar vervoer
- E 12 Ze kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen afwegen.
Derde graad
Milieueducatie, verkeer en mobiliteit in ruimtelijk beleid
- E 7 De leerlingen kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen voor transport van personen, goederen en diensten afwegen op basis van verschillende criteria en een bepaalde keuze motiveren
- E 8 Ze kunnen meewerken aan het opstellen en uitvoeren van een schoolvervoersplan en verdedigen hun eigen standpunt hierin
- E 9 Ze kunnen een gedragspatroon ontwikkelen waarbij individuele gemotoriseerde verplaatsingen beperkt worden en milieubewust wordt gekozen voor een passende vervoerswijze
- E 10 Ze kunnen individueel of in groep standpunten innemen ten aanzien van een probleem van ruimtelijke inrichting of landschapsbeheer en nemen tevens kennis van het overheidsbeleid terzake
- E 11 Ze zijn bereid om via een constructieve inbreng invloed uit te oefenen op beslissingen, maatregelen of voorstellen die een weerslag kunnen hebben op mobiliteit, verkeer en ruimtegebruik
- E 12 Ze verwerven de kennis die moet volstaan als voorbereiding op het theoretische rijexamen categorie B.
Kleuteronderwijs
- 6.10 De kleuters herkennen in hun omgeving plaatsen waar ze veilig kunnen spelen en waar niet.
- 6.11 Ze beseffen dat het verkeer risico's inhoudt.
- 6.12 Ze kunnen onder begeleiding elementaire verkeersregels toepassen (stoppen bij verkeerslichten, veilig oversteken, uitstappen aan de kant van de huizenrij, op de stoep blijven...)
Lager onderwijs
- 6.12 De leerlingen kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren en er zich veilig verplaatsen.
- 6.13 Ze beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor voetgangers en fietsers, om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route.
- 6.14 Ze tonen zich in hun gedrag bereid rekening te houden met andere weggebruikers.
- 6.15 Ze kennen de belangrijkste gevolgen van het groeiend autogebruik en kunnen de voor- en nadelen van mogelijke alternatieven vergelijken.
- 6.16 Ze kunnen een eenvoudige route uitstippelen met het openbaar vervoer
Secundair onderwijs
Eerste graad:
Gezondheidseducatie, veiligheid en EHBO
- E 9 De leerlingen kennen de verkeersveiligheidsvoorschriften voor voetgangers, fietsers en passagiers en kunnen ze toepassen.
- E 8 Ze kunnen enkele veilige en onveilige situaties in hun eigen omgeving identificeren en voorbeelden geven van preventieve maatregelen.
- E 7 Ze zien in dat hun gedrag invloed heeft op de eigen veiligheid en op die van anderen
- E 10 Ze kunnen op een doeltreffende manier hulp inroepen in een noodsituatie en zelf eerste hulp bieden bij kleine wonden.
Tweede graad
Milieueducatie, verkeer en mobiliteit
- E 11 De leerlingen maken veilig gebruik van eigen en openbaar vervoer
- E 12 Ze kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen afwegen.
Derde graad
Milieueducatie, verkeer en mobiliteit in ruimtelijk beleid
- E 7 De leerlingen kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen voor transport van personen, goederen en diensten afwegen op basis van verschillende criteria en een bepaalde keuze motiveren
- E 8 Ze kunnen meewerken aan het opstellen en uitvoeren van een schoolvervoersplan en verdedigen hun eigen standpunt hierin
- E 9 Ze kunnen een gedragspatroon ontwikkelen waarbij individuele gemotoriseerde verplaatsingen beperkt worden en milieubewust wordt gekozen voor een passende vervoerswijze
- E 10 Ze kunnen individueel of in groep standpunten innemen ten aanzien van een probleem van ruimtelijke inrichting of landschapsbeheer en nemen tevens kennis van het overheidsbeleid terzake
- E 11 Ze zijn bereid om via een constructieve inbreng invloed uit te oefenen op beslissingen, maatregelen of voorstellen die een weerslag kunnen hebben op mobiliteit, verkeer en ruimtegebruik
- E 12 Ze verwerven de kennis die moet volstaan als voorbereiding op het theoretische rijexamen categorie B.