Doen!
Oefeningen fietsvaardigheid
8 tot 10 jaar
- Op de speelplaats ligt een plaatje of blokje van 10 x 10 cm. Met minstens één wiel fiets je erover.
- a Naast elkaar liggen twee lange planken. Fiets ertussen, zonder de planken te raken.
- Doe het nog eens. Nu liggen de planken wat dichter bij elkaar.
- Fiets achter elkaar, op de speelplaats (in de zaal). Houd één fietslengte afstand met de voorligger. op een signaal van de leraar stop je. Stap rechts af. Bij het volgende signaal stap je weer op de fiets en rijd je verder.
- Herhaal, fiets nu met twee naast elkaar, op een armlengte van elkaar en op een fietslengte van de voorliger.
- Fiets en stap in alle richtingen (zaal, speelplaats). Let goed op elkaar. Kijk elkaar aan. Groet elkaar.
- Fiets door elkaar, zonder tegen elkaar te rijden. Fiets gewoon, vlugger of trager, volgens de vooraf afgesproken signalen van de leraar.
- Maak een strook van twee meter breed. Daarop liggen allerlei hindernissen (kegels, ballen, ringen, dozen, ...). Fiets naar de overkant, zonder die hindernissen te raken.
- Fiets omheen de speelplaats/de zaal. Wanneer je fietst op de rechte stukken, geeft de leraar een opdracht: kijk links/rechts achterom, steek de linker/rechterarm uit, kijk eerst links en dan rechts, steek de linker/rechterarm omhoog, ... Intussen blijf je goed rechtuit fietsen!
- Fiets door een smalle strook (breedte: 50 cm, 10 à 12 m lang)). Hou beide handen aan het stuur. Je mag de strepen van de strook niet raken.
- Doe het opnieuw, maar nu met één hand aan het stuur (links - rechts).
- Onderweg kijk je eens links/rechts achterom.
- Fiets ook eens tussen strepen die smaller worden. Beide handen aan het stuur.
- Een rechthoek van 5 m lang en 1 m breed. Probeer minstens tien seconden met de fiets in de rechthoek te blijven, de voeten op de trappers.
- Fiets naar de overkant van de speelplaats, met de linkerhand op het hoofd. Keer terug met de rechterhand op het hoofd.
- Fiets achter elkaar omheen de zaal of de speelplaats. Doe intussen wat juf of meneer zegt: steek de linkerarm uit, leg de rechterhand op het hoofd, leg de linkerhand op de rug, leg de rechterhand op de linkerknie, ...
- Fiets doorheen een strook van 2 m breed. Maak op het einde een brede boog en keer terug. Een andere fietser doet dat ook maar rijdt heel traag. Haal die in.
- Fiets omheen de speelplaats of in een kring, op ruime afstand van elkaar. Op je hoofd ligt een houten blokje. Valt het eraf, dan stop je en je legt het opnieuw op je hoofd. Enkele leerlingen noteren de 'strafpunten'.
- Fiets naar de overkant of in een kring, met een hand aan het stuur. Onderweg grijp je een doek met de andere hand en je legt die wat verder op een stoel.
- Onderweg grijp je een kegel op een stoel en plaatst die verderop op de tweede stoel. Een andere leerling vertrekt uit tegengestelde richting. Tot iedereen van plaats is gewisseld.
- Er liggen 3 stroken van zowat 1 m breed naast elkaar. Om de 4 m staat er een stoel. Je hebt een houtblokje in de hand. Bij het startsein vertrek je en je legt het blokje op de eerste stoel. Fiets tot op het einde en keer terug. Leg nu een blokje op de tweede stoel, fiets tot op het einde en keer terug. Doe evenzo voor de volgende stoelen. Wie is eerst klaar?
- Op de grond is een grote cirkel getekend. Je mag daarin vrij rondfietsen, met beide handen aan het stuur of met een hand. Je mag niet tegen een andere fietser botsen.
- In een grote kring staan enkele kegels of stoelen. Bij elke kegel of stoel staat een leerling met een fiets. Op een teken van de leraar fiets je allen tegelijk verder, naar de eigen kegel of stoel.
- Twee stoelen staan met de rug naar elkaar en vormen een 'poortje'. Fiets doorheen het poortje.
- Plaats de stoelen wat dichter bij elkaar. Fiets doorheen het poortje.
- Fiets met een tennisbal in een hand, tussen enkele hindernissen (bijv. hoepels) en gooi, al fietsend, de bal naar een stapel blikjes.
- Op de grond liggen hoepels verspreid (1 minder dan het aantal deelnemers). Fiets vrij rond. Als je het fluitsignaal hoort, fiets je naar de aangeduide kant, plaats je fiets op de fietssteun en ga zo snel mogelijk in een hoepel staan. Wie overblijft krijgt een strafpunt of gaat eruit (dan wordt er ook een hoepel weggenomen).