Doen!
Oefeningen fietsvaardigheid
6 tot 8 jaar
- Fiets naar de overkant van de speelplaats. Onderweg zie je een Zweedse balk. Rem en stop voor de balk. Hef je fiets op en stap over de balk, zonder die te raken.
- Fiets omheen de speelplaats. Voor je vertrekt zie je een cijfer. Bij aankomst zeg je welk cijfer je bij het begin hebt gezien.
- Sta links naast de fiets. Zet de trapper rechts klaar. Juf of meneer geeft het teken. Fiets naar de andere kant van de speelplaats (zaal). Stap af.
- Sta rechts naast de fiets. Zet de trapper links klaar. Juf of meneer geeft het teken. Fiets naar de andere kant. Stap af. Geef de fiets aan een andere leerling.
- Fiets omheen de leerkracht. Volg de richting van de wijzers van de klok. Doe het nu andersom.
- Op het teken stop je. Voer de opdracht uit: stap rechts of links af, ga drie stappen verder, vertrek, stap rechts of links op, ...
- Vorm een kring, met de rug naar elkaar. Andere leerlingen stappen op de fiets. Ze fietsen omheen de kring en stappen af. Eerst met de wijzers van de klok. Dan anders.
- Enkele leerlingen van de kring mogen zich omdraaien. De andere leerlingen fietsen voor elk kind. Eerst met de wijzers van de klok. Dan anders.
- Neem de fiets aan de hand. Stap links van de fiets. Duw je fiets vooruit door de smalle strook (breedte: 50 cm). De fiets mag de strepen niet raken.
- Doe het opnieuw en stap rechts van de fiets.
- Op de smalle strook ligt nu een dwarsbalkje. Daar hef je de fiets over het balkje, zonder het te raken.
- Fiets om de beurt tussen twee rijen leerlingen. Ze staan op één meter van elkaar. Ze kijken naar elkaar.
- Vorm een grote kring. Kijk naar buiten. Fiets om beurten omheen de kring.
- De leerlingen in de kring zetten allen een stap achteruit, vooruit of zijwaarts. Fiets omheen de kring.
- Ga op het zadel zitten, beide voeten op de grond. Vorm een rij. Stap vooruit. Volg de eerste in een rechte lijn, maak een boog, ...
- Een groep fietst in een grote kring op de speelplaats. Jij komt vanuit een hoek van de speelplaats aangefietst en je tracht in te voegen in de kring.
- Fiets naar de overkant van de speelplaats met een schooltas op de rug. Doe het opnieuw met de tas op de bagagedrager.
- Je zit op de grond. Op het afgesproken teken sta je recht, je neemt de fiets vast, je stapt op de fiets en je fietst naar de overkant.
- Teken met krijt 3 stroken van zowat 1 m breed en minstens 12 m lang. Fiets zo traag mogelijk, samen met 2 andere leerlingen, elk in een strook. Je mag geen voet op de grond zetten en geen kantlijnen raken. Om het laatst aan de eindstreep.
- Fiets tussen dezelfde strepen naar de overkant, met één hand aan het stuur. Keer terug, in dezelfde strook, met de andere hand aan het stuur.
- Op de speelplaats zie je een lange krijtstreep. Fiets naast die streep, binnen een afstand van ongeveer 30 cm (1 betontegel).
- Doe hetzelfde, maar nu aan de andere kant van de streep.
- Stap naar een fiets, stap op langs rechts, vertrek, fiets rond een kegel, zet de fiets terug op zijn plaats.
- Fiets naar de overkant en onderweg grijp je de wimpel met een hand.