Aanpak
Secundair onderwijs
Verantwoording
Verkeersongevallen vormen de grootste doodsoorzaak voor kinderen en jongeren. Het wegverkeer wordt alsmaar drukker, agressiever en complexer. Verkeersopvoeding is voorzien in de eindtermen. Verantwoord verkeersgedrag moet worden aangeleerd. Omdat weinig mensen degelijk verkeersonderwijs genoten weten velen niet hoe ze kinderen moeten verkeersopvoeden.
Accentverschuiving
Het theoretisch, nogal abstract en traditioneel verkeersonderricht, heeft nauwelijks invloed op het verkeersgedrag.
We streven naar gedragsgerichte verkeers- en mobiliteitseducatie : aandacht voor het verkeersgedrag, alsook voor de vervoerswijzekeuze en de verplaatsingsbehoeften.
Algemene basisprincipes eigentijdse verkeerseducatie
- aansluiten bij de verkeerswereld van de leerlingen en de schoolomgeving
- handelingsgericht (vgl. 'Wat doe je bij dit verkeersbord' i.p.v. 'wat betekent het'?)
- streven naar een verantwoord verkeers gedrag
- gedragingen oefenen op de speelplaats en beperkt toepassen op straat vormen de basis
- beperkte, functionele verkeerskennis (= wat de leerlingen nu en binnenkort nodig hebben)
- de ouders zorgen voor het noodzakelijke inoefenen in het verkeer
- geen louter theoretische uiteenzettingen door de politie, maar praktisch en concreet .
Leerstof
De leerstof wordt bepaald door de verkeersrollen die de leerlingen nu en in de nabije toekomst vervullen: passagier, voetganger en fietser (1ste graad), de bromfietser (vanaf 2de graad), de automobilist (3de graad).
Eindtermen
Eerste graad
De leerlingen:
- zien in dat hun gedrag invloed heeft op de eigen veiligheid en die van anderen
- kunnen enkele veilige en onveilige situaties in hun eigen leefomgeving identificeren en kunnen voorbeelden geven van preventieve maatregelen
- kennen het verkeersreglement en de veiligheidsvoorschriften voor voetgangers, (brom)fietsers, passagiers en kunnen ze toepassen
- kunnen op een doeltreffende manier hulp inroepen in een noodsituatie en zelf eerste hulp bieden bij kleine verwondingen.
Tweede graad
De leerlingen:
- maken veilig gebruik van eigen en openbaar vervoer
- kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen afwegen.
Derde graad
De leerlingen:
- kunnen de voor- en nadelen van verschillende vervoerswijzen voor transport van personen, goederen en diensten afwegen op basis van verschillende criteria en een bepaalde keuze motiveren
- kunnen meewerken aan het opstellen en uitvoeren van een schoolvervoersplan en verdedigen hun eigen standpunt hierin
- kunnen een gedragspatroon ontwikkelen waarbij individuele gemotoriseerde verplaatsingen beperkt worden en milieubewust wordt gekozen voor een passende vervoerswijze
- kunnen individueel of in groep standpunten innemen ten aanzien van een probleem van ruimtelijke inrichting of landschapsbeheer en nemen tevens kennis van het overheidsbeleid terzake
- zijn bereid om via een constructieve inbreng invloed uit te oefenen op beslissingen, maatregelen of voorstellen die een weerslag kunnen hebben op mobiliteit, verkeer en ruimtegebruik
- verwerven de kennis die moet volstaan als voorbereiding op het theoretische rijexamen categorie B.
Lesmateriaal
De meeste verkeersonderwijsmaterialen zijn gericht op verkeerskennis. Heel wat materiaal is verouderd van opvatting en/of niet in overeenstemming met de momenteel in ons land geldende verkeerswetgeving.
Bij het V.P.I. kun je terecht voor een overzichtslijst van al het momenteel in Vlaanderen beschikbaar (les)materiaal verkeerseducatie in het secundair onderwijs. Vermelding in deze lijst betekent niet dat het materiaal aan te bevelen is.
Permanente aandacht
Verkeerseducatie mag zich niet beperken tot enkele verkeerslesjes of een eenmalige verkeersdag of -week. Ze is onderdeel van de totale opvoeding en moet permanent aandacht krijgen, dus ook bij elke verplaatsing en bij elke passende gelegenheid.
De leraar
- beperkt zich tot functionele verkeerskennis
- oefent met de leerlingen basishandelingen op de speelplaats of in de zaal
- brengt de leerlingen meer verkeersinzicht bij
- informeert de ouders welk verkeersgedrag de leerlingen hebben geleerd en stimuleert hun medewerking
- bespreekt met de leerlingen de schoolomgeving
- het schoolteam duidt een verkeerscoördinator aan.
De leerlingen
- bespreken verkeersgedrag in de klas
- oefenen verkeersgedragingen op de verkeersoefenplaats, eventueel op een parcours
- passen het geleerde gedrag toe op straat
- kweken goede gewoonten aan met hun ouders, in het echte verkeer
- worden aangespoord zich goed zichtbaar te maken in het verkeer
- worden aangespoord niet de kortste maar de veiligste schoolroute te volgen
- bekijken en bespreken de schoolomgeving .
De ouders
- weten welke verkeersgedragingen de leerlingen op school leren
- worden gestimuleerd om die gedragingen in het verkeer te automatiseren
- worden uitgenodigd naar een verkeersavond 'veiliger en milieubewust naar school'
- worden uitgenodigd mee te werken aan een verkeersproject, een verkeersdag, ... en aan het schoolverkeersbeleid
- duiden een verkeerscoördinator aan.
Politie
- laat de leerlingen kennis maken met de politietaken
- verduidelijkt concrete verkeerssituaties , vooral in de omgeving
- begeleidt verkeersoefeningen en laat verkeersgedragingen op straat toepassen
- wordt betrokken bij het schoolverkeersbeleid.
Stage-opdrachten
De opdracht omvat een les van 50 minuten:
Vertrek van enkele vragen, om belangstelling te scheppen. Verduidelijk de (beperkte) leerstof, indien mogelijk, aan de hand van concrete situaties in de schoolomgeving.
De opdracht omvat meerdere lessen, een projectweek, ...:
Vermijd een pakket van louter theoretische lessen. Combineer theorie met doe-activiteiten , zoals: bekijken en bespreken van de schoolomgeving (ter plekke of met behulp van beeldmateriaal), zelf de fietsen controleren en kleine defecten zelf verhelpen, een (brom)fietsvaardigheidsoefening, een demonstratie, een rollenspel, ... Eindig het project met een afsluiter, bijv. een verkeersquiz.
VerkeersPedagogisch Instituut vzw.
E-mail naar info@verkeervpi.be en geef ook je adres op
Website: www.verkeervpi.be en www.verkeersland.be