Deze informatie wordt u aangeboden door het V.P.I. vzw.
Onze websites: www.verkeersland.be · www.verkeervpi.be

U koos deze pagina:  www.verkeervpi.be/vpi/verkeers-_en_mobiliteitseducatie/aanpak/lagereschool.php

Startpagina > > Lagere school

Aanpak

Lagere school

Probleemstelling

Voor kinderen vormen verkeersongevallen de grootste doodsoorzaak. Veel kinderen lopen tijdelijk of blijvend een fysische of psychische handicap op.

Kinderen zijn vooral bij ongevallen betrokken bij mooi weer, in mei/juni en september/oktober, na de lesuren, jonger dan 10 jaar bij het oversteken en als autopassagier, ouder dan 10 jaar bij het fietsen. Jongens vormen gemiddeld 2/3 van de slachtoffers. Het risico neemt toe met de leeftijd (pieken: 6, 12, 14-15 en 17 jaar). Vooral de overgang naar een andere vervoerswijze of een andere schoolroute is riskant.

Kinderen jonger dan zowat 7-8 jaar zijn niet bij machte zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Tot zowat 10 jaar kunnen ze niet zelfstandig fietsen. Kinderen begrijpen vaak de verkeerstaal niet (terminologie, signalisatie), kunnen moeilijk afstanden en snelheden schatten, hebben tot 7 jaar moeite met het verschil links-rechts...

Verkeersgedrag is gedrag dat moet worden aangeleerd. Uit onderzoek blijkt dat louter theoretisch verkeersonderricht, dat voornamelijk gericht is op verkeerskennis, nauwelijks invloed heeft op het verkeersgedrag!

Aanpak

Het verkeer moet aangepast zijn/worden aan de mogelijkheden en de beperkingen van de verkeersdeelnemers. We moeten inwerken op de mens, het voertuig en de weg. Hoe globaler de aanpak, hoe beter het resultaat.

Situering

Verkeersopvoeding is een occasionele gedragsbeïnvloeding, thuis en op school. Denk eraan bij elke passende gelegenheid (verplaatsingen, fietstocht, sportdag...).

Verkeersonderwijs is het systematisch bijbrengen van verantwoord verkeersgedrag en is in de basisschool verplicht sinds 7.07.1971. Er zijn leerplannen en eindtermen.

Er is nood aan omkaderde inspanningen, eigentijdse opvattingen, recent lesmateriaal in overeenstemming met de geldende wetgeving, goeie afspraken, ervaringsgerichte educatie, steun van ouders...

Verkeers- en mobiliteitseducatie : ook aandacht voor de keuze van de vervoerswijze.

Uitgangspunten

Verkeers- en mobiliteitseducatie sluit aan bij de verkeerswereld van de kinderen (vooral schoolomgeving), houdt rekening met hun ontwikkelingsniveau, is concreet en handelingsgericht, verbetert de vaardigheid , houdt de regelkennis functioneel, wijst op een defensief gedrag en op een verantwoorde vervoermiddelkeuze, bevordert een goede samenwerking school-gemeente-ouders.

Ervaringsgericht verkeersonderwijs

Verbeter de verkeerskennis, het inzicht, de verkeerszin en de vaardigheden. Bouw een goede attitude op en laat zoveel mogelijk oefenen : praktisch en concreet.

Stappenplan

  1. in de klas: bespreken van gedragingen
  2. op de speelplaats: passende gedragswijzen aanleren
  3. in een rustige straat: toepassen
  4. met de ouders: gewoontevorming door oefenen (wat inhoudt dat ze daarvan op de hoogte zijn).

Leerinhouden

Kies de leerstof in functie van de leeftijd, de verkeersrollen die de kinderen kunnen vervullen (nu en in de nabije toekomst), het weer, het tijdstip...

Bij kleuters en in de eerste graad ligt de nadruk op gedrag als passagier en als voetganger, in de tweede graad bij de beginnende fietser, in de derde graad bij de fietser.

Lesmateriaal

Gebruik een recente verkeersmethode, die overeenstemt met de in België geldende verkeerswetgeving en die een verantwoord en defensief verkeersgedrag beoogt. Verduidelijk aan de hand van beelden van concrete situaties. Verwijs naar plaatselijke, bekende verkeerssituaties (foto's, dia's, video).

Ouders

Zij zijn principieel de eerste en belangrijkste verkeersopvoeders, maar veel ouders zijn zich van die rol niet bewust. Informeer de ouders over wat je de kinderen hebt geleerd, zodat zij die gedragingen kunnen ondersteunen en inoefenen .

Een aanrader is een informatie- en gespreksavond voor de ouders, met als thema 'veiliger en milieubewust naar school', met een inleider en een panelgesprek, met medewerking van het gemeentebestuur.

De leerlingen verplaatsen zich 2 of 4 maal daags van huis naar school of omgekeerd. Ze kiezen spontaan de kortste route. Dat wordt soms verplicht door het schoolreglement. De school verzekering gewaagt echter van de normale schoolroute . Dus kun je een zo veilig mogelijke route kiezen, rekening houdend met de aanwezige veiligheidsvoorzieningen.

Visueel hulpmateriaal

Er zijn nauwelijks diareeksen en videofilms beschikbaar. Vraag de oudervereniging foto's of dia's te maken van de schoolomgeving. Geen stillevens! Vertrek vanuit de verkeersrollen van de leerlingen.

Een zandtafel of platte verkeerstafel kan helpen om het inzicht van de leerlingen te verruimen. Is het stratenplan fictief, met veranderbare situaties, dan kun je allerlei situaties simuleren. Is het niet fictief, dan kun je de schoolomgeving reëel voorstellen.

Politie

De politie heeft een ondersteunende taak . Geen langdurige theoretische uiteenzetting over het verkeersreglement! Ze kunnen plaatselijke verkeerssituaties toelichten (ter plekke of met beeldmateriaal), en de leerlingen specifieke gedragingen laten ervaren en inoefenen (voorrang rechts, de bevelen van de agent...), de route naar het eerste jaar secundair verkennend begeleiden...

Verkeerspark

Het verkeerspark heeft een dubbele functie : bepaalde gedragingen aanleren en nagaan wat de kinderen nog niet (juist) kunnen. Daarom moet het parcours bruikbaar zijn voor 4 à 12 jarigen. De kinderen verplaatsen zich te voet of met de fiets, want dat zijn de verkeersrollen die ze moeten aanleren.

Veelvuldig bezoek aan een verkeerspark is zelden mogelijk. De school kan daarom beter zelf zorgen voor een vervangproduct dat altijd beschikbaar is: een beperkt stratenpatroon op de speelplaats , met uitsluitend variabele situaties. Het is een onmisbare schakel tussen de theorie en de verkeerswerkelijkheid. Vraag de medewerking van de oudervereniging voor het vervaardigen van verkeersborden en -lichten.

Een ruimte van 25 x 15 m op school volstaat. Voorzie zo weinig mogelijk kruispunten en zo weinig mogelijk vaste signalisatie. Kies voor mobiele verkeersborden, geen wegmarkeringen, verplaatsbare zebrapaden.... Pas de signalisatie aan het lesonderwerp aan.

Trapauto's zijn enkel nuttig om, bij gelegenheid, autoverkeer te simuleren.

Fiets- en voettochten

Verken de directe schoolomgeving te voet, de ruimere omgeving met de fiets. Wijs op de plaatsen die wel/niet geschikt zijn om over te steken, hoe de voorrang geregeld is aan het nabije kruispunt, waar je dient te fietsen... Nadruk ligt op het bekijken, begrijpen, bespreken.

Moedig bij fietstochten het dragen van de fietshelm aan.

Op het einde van het zesde leerjaar maken de leerlingen uit een dorp een fietstocht om de route te verkennen naar de buurgemeente waar ze naar het secundair onderwijs zullen gaan. Onder politiebegeleiding.

Plannen voor een fietstocht (bijv. op de sportdag)? Wijs vooraf op de wettelijke fietsuitrusting. Er worden concrete afspraken gemaakt. De begeleiders kennen de wetgeving terzake.

Het V.P.I. beschikt over informatie over verplaatsingen in groep (begeleiding, plaats op de weg, verlichting...).

Verkeers(mid)dag

Er is nood aan een langere tijd waar de leerlingen actief met verkeer bezig zijn: een hele of halve dag. Mogelijkheden: fietscontrole, vaardigheidsproeven, leerwandelingen, bezoek van of aan de politie... Zie ook bij verkeersproject.

Actieve fietscontroles

3 fietsen op 4 blijken niet in orde, 1 op 3 is onveilig. Regelmatige controle is noodzakelijk. Dat kan niet elke keer door de politie, het kan ook door ouders, de oudste leerlingen, een fietsenmaker... Maak er een actieve controle van: betrek er de leerlingen bij, kleine defecten worden onmiddellijk verholpen, in bijzijn van en/of deels door de leerlingen.

Fietsvaardigheid

Vooraleer een kind ruime aandacht kan besteden aan het verkeersgebeuren, moet het de fiets voldoende beheersen. Dit kan worden geoefend met vaardigheidsproeven of -oefeningen: slalom tussen kegels, een ketting verleggen, een remproef, een aantal seconden in een rechthoek blijven, over een bel of door een smalle doorgang fietsen... Doe een beroep op ouders. We vermijden de term 'fietsbehendigheid'.

Verkeersproject

Gedurende een of twee weken wordt op school bijzondere aandacht besteed aan het verkeer. Stel een programma samen dat haalbaar en voor herhaling vatbaar is. Daarbij kiest elke leraar uit een lijst mogelijkheden. Spreek met de politie af welke activiteiten zij voor haar rekening wil/kan nemen. Maak het project zichtbaar voor de ouders.

Diverse formules zijn mogelijk:

Zodoende wordt er elke dag, binnen de school, door een of meer groepen actief aan verkeerseducatie gedaan.

Laat de leerlingen vooraf een slogan voor het project bedenken. Die komt op een poster die op verschillende plaatsen wordt opgehangen.

Enkele mogelijkheden:

Eindtermen 'verkeer' lagere school

VerkeersPedagogisch Instituut vzw.
E-mail naar info@verkeervpi.be

Website: www.verkeervpi.be en www.verkeersland.be